Please, accept cookies in order to load the content.

Nederland geldt internationaal als een belangrijke opleider van ontwerptalent. Een garantie voor de doorbraak van dit talent op een internationaal podium biedt deze reputatie echter niet. De ervaring van de voormalige sectorinstituten leert dat het loont om de aanstormende generatie ontwerpers in kaart te brengen en vervolgens te presenteren. Zo is het mogelijk om vroegtijdig een verbinding met de markt te maken.

Door middel van talent mapping wil Het Nieuwe Instituut inzicht krijgen in het potentieel aan beschikbare talent in de verschillende ontwerpdomeinen. Het gesignaleerde talent kan dan op geëigende binnen- en vooral buitenlandse podia  aan het publiek worden voorgesteld. Via dergelijke presentaties worden contacten met het werkveld gelegd en kunnen internationale samenwerkingen ontstaan die bijdragen aan de professionele ontwikkeling.

De talent mapping is niet de enige vorm van talentontwikkeling waarin Het Nieuwe Instituut investeert. In Nederland is het instituut betrokken bij verscheidene programma’s voor talentontwikkeling zoals Archiprix, Lichting, voorheen HOT100 en de beurzen van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Ook in het eigen opdrachtenbeleid (bijvoorbeeld door middel van fellowships, door betrokkenheid bij de inrichting van tentoonstellingen of de uitwerking van de grafische identiteit van het instituut) wordt veelvuldig gekozen voor de samenwerking met startende ontwerpers. Naarmate de internationale uitstraling van deze activiteiten groeit, neemt ook de zichtbaarheid toe die jonge ontwerpers aan deze leerschool kunnen ontlenen.

Wat is talent? Wanneer wordt iemand als een talent beschouwd? Welke waarden en kwaliteiten zijn aan het begrip verbonden?

De huidige tijd met zijn urgente maatschappelijke, economische en ecologische vraagstukken vraagt om een andere benadering van talent, om andere kwaliteiten en vormen van samenwerking. Het Nieuwe Instituut wil het begrip talent onderzoeken en gaat erover in gesprek met ontwerpers, makers, onderzoekers, curatoren, beleidsmakers, het onderwijs en andere betrokkenen. De uitkomsten van deze gesprekken zijn door tekstschrijver Lotte Haagsma uitgewerkt tot een serie artikelen in een webmagazine, gelanceerd in 2019.