Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Waarom is De Stijl vandaag de dag nog steeds van belang voor uiteenlopende culturele disciplines zoals kunst, design, architectuur en digitale media, die de afgelopen honderd jaar elk hun eigen cultuur, economie, tradities, jargon en canon hebben ontwikkeld? Een van de belangrijkste lessen die we van De Stijl kunnen leren, is dat men geen onderscheid wilde maken tussen deze disciplines. De oprichters van De Stijl meenden dat een gemeenschappelijk ethos en een nieuw bewustzijn op politiek, technologisch en sociaal gebied als leidraad kon dienen voor alle uitingen van materiële en visuele cultuur, van reclame tot stedenbouw. Vooral met het idee van kunst als iets dat verheven zou zijn boven het dagelijks leven werd korte metten gemaakt. Zoals Van Doesburg schreef in zijn manifest Het einde der kunst uit 1926: ‘Verfrisschen wij ons toch aan zulke dingen, welke geen kunst zijn. De badkamer, de badkuip, het rijwiel, de auto, een machinekamer, een strijkijzer. Er zijn mensen, die nog in staat zijn zulke mooie dingen zonder kunst te maken. (...) Zij worden echter belemmerd, (...) hun vindingslust wordt door de kunst verlamd. Terwille van den vooruitgang moeten wij elk begrip “Kunst”, van esthetische speculatie, onderdrukken.’ Daarentegen getuigde het manifest ‘Synthetische cinema van de schilderkunst’ (1918) van de Oostenrijkse kunstenaar Raoul Hausmann van de manier waarop kunstenaars zich vol overgave stortten op nieuwe technologieën, met name op film.

Ruimtelijke compositie in rood, blauw en geel door Studio Sabine Marcelis

De installatie Ruimtelijke compositie in rood, blauw en geel getuigt, evenals het ontstaan ervan, van een interdisciplinaire opvatting van beeldende kunst, populaire cultuur en polyvalent ontwerp. In 2017 werkten EYE International en het Nederlands Filmfonds samen met Het Nieuwe Instituut aan de creatie van een op De Stijl geïnspireerd Nederlands paviljoen voor het Filmfestival van Cannes. Ontwerper Sabine Marcelis (geboren in Nederland, opgegroeid in Nieuw-Zeeland en tegenwoordig gevestigd in Rotterdam) werd voor deze opdracht uitgekozen op basis van haar uitgebreide onderzoek naar kleur, licht, geometrie en ruimte dat ze uitvoert sinds de oprichting van haar studio in 2011. Voor het Nederlands paviljoen gaf ze Mondriaans iconische Compositie met rood, geel en blauw (1935) opnieuw vorm, dit keer echter als driedimensionale ervaring. De zwarte lijnen zijn in deze ruimte dunne structuurelementen geworden en de gekleurde vlakken zijn omgevormd tot volumetrische vormen. Net als in Mondriaans schilderijen geven de zwarte lijnen in een uniek ritme structuur aan de witte ruimte, terwijl de rode, blauwe en gele lichamen oriëntatiepunten vormen die de ruimte van betekenis voorzien.

Marcelis’ installatie toont echter ook de talrijke ontwikkelingen die de afgelopen honderd jaar hebben plaatsgevonden in architectuur, design en film. Haar gekleurde prisma’s lijken massief wanneer je ze recht van voren bekijkt; vanuit andere hoeken gezien vallen ze echter uiteen tot transparante vlakken met verschillende gradaties van kleur. De installatie toont het belang van ambachtelijk werk en het experimenteren met materiaal in hedendaags design. Tegelijkertijd duidt de samenwerking met EYE International en het Nederlands Filmfonds op de hernieuwde relevantie van design voor een hedendaagse cultuur waarin het beeldscherm centraal staat. Marcelis doet de avant-gardistische geest van De Stijl herleven door de grenzen tussen design, architectuur, film, kunst en experiment weg te nemen en toont aan dat, in deze tijd, een innig verbond tussen deze verschillende disciplines de weg vormt naar visuele, technologische en culturele innovatie.

Ruimtelijke compositie in rood, blauw en geel door Sabine Marcelis werd uitgevoerd in opdracht van Het Nieuwe Instituut, in samenwerking met EYE International en het Nederlands Filmfonds. Het was voor het eerst te zien in het Nederlands paviljoen op het Filmfestival van Cannes 2017, waar het werd bekroond met de Speciale Juryprijs.